628 De Oerkiem
De wereld is leeg en verlaten. Je staat op de berg Inkoeboe, uitkijkend over de grijze steenvlakten die tot de horizon rijken. Voor je staat een klein altaar met vruchtbare aarde erin. Naast het altaar staat de schepper; een lange man van in de 30, met blond piekhaar, blauwe ogen en een weekendbaardje. Hij geeft je een onbestendig zaadje. “Dit is de Oerkiem”, spreekt hij: “Als je deze plant in het altaar, dan zal de wereld - met al zijn facetten, rijkdommen en kleuren - daaruit groeien.”
Je hebt twee keuzes:
1. Als je de Oerkiem in het altaar plant, dan zal de wereld daaruit in de aankomende duizenden jaren groeien tot de wereld waarin je personage leeft. Volgende beurt brengt de Maalstroom van de tijd je Terug naar het heden (tabel 630). Als je in deze tijd beland bent d.m.v. de tijdmachine van professor Brallebas, dan ben je volgende beurt terug op vakje 486.
2. Je plant de Oerkiem niet in het altaar. Dit betekent dat de wereld waarin je personage leeft nooit zal bestaan. Je personage kan nooit geboren zijn en verdwijnt in de absolute leegte (fataal),
evenals alle andere personages die in dit spel leven (fataal). Reïncarnaties van personages bij een volgend spel zijn niet mogelijk.
